Mooier dan Parijs ♡
- Roan Sophia

- 12 feb 2019
- 3 minuten om te lezen
Ik hou van Amsterdam. Sinds kleins af aan nam mama me al mee. Toen was de Kalverstraat nog leuk en liepen we daar ook graag. Ik vond het heerlijk op te gaan in de mensenmassa. Ik kom namelijk uit een dorp waar het ons kent ons gehalte nogal hoog is. Soms is het gezellig dat als je even ‘snel’ een boodschap gaat doen je drie uur verder bent, door wie je allemaal tegenkomt. Maar meestal is dat niet waar je op zit te wachten. Als er iets gebeurt, weet de overbuurvrouw het binnen no time & de rest van het dorp het iets later. Daarom hou ik van de stad. Je ligt niet continu onder een vergrootglas.
Ondertussen zijn we verplaatst naar de Negen Straatjes. Mooiere winkels, lieve straatjes, minder toeristen. Want. Wat. Zijn. Het. Er. Veel. Kom vooral, maar kom iets minder oranje en ga vooral niet stilstaan met je selfiestick op het fietspad.
Maar mijn liefde voor Amsterdam is zo groot, dat ik besloot er zelf de toerist uit te hangen, weliswaar zonder selfiestick en ik was ook niet van plan een Nutellawinkel te bezoeken, maar wel wilde ik de stad wat beter leren kennen dan alleen de negen straatjes. Vooral ook de mensen. Want Amsterdammers, ik hou van jullie. Nadat ik me een weg had gebaand door de toeristen met te lange wimpers en te korte broeken, de enorme landkaarten en coffeeshop lucht, kwam ik aan op een piepklein terrasje. Knusse kussentjes met zachte kleurtjes. De muur bedekt met dichte klimop. De ober gehuld van top tot teen in G-star, met een lieve lach. Ik hou van mensen kijken. Zet mij de hele dag op een terras en ik ben blij. Je leert andere mensen kennen, maar ook jezelf.
Ik raakte in gesprek met m’n tafel buren. Zij bleken topadvocaten in Duitsland te zijn. Hun dochter studeerde ook rechten. Net als ik. Altijd was dat mijn doel geweest. Zoveel mogelijk werken, zo hard mogelijk werken. De top bereiken in de advocatuur. Maar nu ik hier zo zat, in het hartje van Amsterdam, voelde ik weer hoeveel ik ervan hou om soms even niks te doen. Om me heen te kijken. Even niet rennen en altijd tijd te kort te komen. Met een rechtenstudie leer je wat je moet denken en vergeet je wat je zelf dacht. Ik mis de vrijheid die wegvalt met een kantoorbaan. Ik mis het wakker worden zonder gehaast gevoel. Ik mis het gewoon even stil staan bij het nu.
Amsterdam ligt letterlijk om de hoek en ik weet dus ook niet of het wel echt onder reizen valt, maar met deze ‘reis’ was ik dichterbij het besef gekomen meer te gaan reizen. Verder. Langer. Met mezelf. Ik was back to basic, in de stad die dat nooit is. Het voelde goed om op te gaan in de stad vol met de zakenmannen in lange trenchcoats met aktetassen, hipsters met lange baarden, quinoameisjes met sportleggings en felgekleurde Nikes, hippe vaders met babycino’s (cappucino’s voor baby’s ik moet er ook aan wennen) en hardwerkende mama’s op bakfietsen met vaak daarnaast hard rennend nog een hond, oude vrouwtjes met grote oorbellen, oude opaatjes met lieve petjes, de grof scheldende overbuurman, de schaars geklede dames in het gedempte rode licht, de mooie grachten met de kleine bootjes, de oude panden met de mooie portiekjes, maar vooral de mensen die de stad tot deze stad maken.
Amsterdam, ik blijf nog even.



Opmerkingen