top of page

Babychino, say what?!



Vorige zomer werkte ik op een boot. Een sloep wel te verstaan. Zo'n bijbaantje waarvan je denkt waarom doe ik dit, maar het stiekem ongekend leuk vind. Beetje varen door de grachtjes. Verhaaltjes vertellen over Amsterdam aan toeristen wiens Engels dusdanig goed was dat ze snapten dat ik het over Amsterdam had, maar dusdanig slecht dat het daar ook bij bleef. Discutabel blijft of dat lag aan hun Engels of aan de hoeveelheid wiet die ze hadden gerookt alvorens ze aan boord stapten. Leuk was het wel.


De opstapplaats was naast De Oude Kerk, inderdaad achter de wallen. Ik denk dat Amsterdam dertigduizendzevenhonderdrieënnegentig terrasjes telt, waarvan meer dan de helft rondom het gebied waar de dames van lichte zeden werken. Door het personeel dat dag in dag uit over deze terrasjes loopt, wordt je vaak zelf aangekeken alsof je ook achter het raam werkt. Aardig komt niet in hun woordenboek voor en ''ja'' antwoorden op de vraag ''mag ik even gebruik maken van uw toilet?'' al helemaal niet. Waardoor als je even moet plassen je ineens 6 treetjes water hebt gekocht (want ja ''je moet iets drinken anders mag je geen gebruik maken van het toilet''. ''Maar mevrouw dan moet ik zo weer plassen en dat is nou net niet de bedoeling''.), dertig keer sorry hebt gezegd en nog net geen kruisje hebt geslagen. Wat trouwens ook helemaal niet gaat door die zes treetjes water.


Terug op de boot, voeren we langzaam weg van de netkousen en nepborsten, opgespoten lippen en nog grotere opgespoten billen. We gingen onder de mooie kleine bruggetjes door, die in Amsterdam niet net als in Parijs volhangen met slotjes van geliefden die zworen dat ze altijd bij elkaar bleven, niet wetende dat zij deze belofte op de terugweg in de trein al zouden verbreken, maar volstaan met fietsen. Fietsen waarvan de sloten een langere houdbaardsheidsdatum hebben dan die van Parijs. Gestolen fietsen, nieuwe fietsen, kwijtgeraakte fietsen, gevonden fietsen. Afgewisseld met toeristen. Waarvan ik soms stiekem hoopte dat het zoveelste toeristenvriendje van het #almostfamousinstagrammodel zijn toeristenvriendinnetje een klein duwtje van het bruggetje zou geven. Dat zou pas leuke foto's opleveren. Origineel ook. En ik zou het snappen. Ik had hetzelfde gedaan.

19283749201920381273032 foto's per dag van je vriendin maken, terwijl ze op een overvol bruggetje in Amsterdam staat, weggebeld door alle fietsbellen, niet eens meer nagefloten door de bouwvakkers, ongemakkelijk lachend, in een zilveren broek met roze shirtje en gek jasje, want gek is het nieuwe less en dus more, dat lijkt mij ook kut. Dus sorry meid, ik hoop dat je kunt zwemmen.


Langzamerhand kwamen we in de buurt van de pijp. Met de boot? Ja in de buurt. De pijp met de terrasjes met de coole studenten. Die al rokend aankomen op hun hipsterfietsjes, om vervolgens af te stappen en elkaar te omhelzen alsof ze elkaar jaren niet gezien hadden en dat vooral de hele buurt dat moest horen. Met hun schorre stemmen stonden ze het liefst te vertellen dat hun ouders in de quote 500 staan, maar op de vraag ''wat doe je zelf?'' bleef het angstvallig stil. De blonde haartjes glad naar achter, de spijkerbroek net iets te strak, en de handen? het liefst in de buurt van de vriendin van je beste vriend.

Onze tocht vervolgde zich richting oud-zuid. Richting de terrasjes met babychino's. Wat zeg je? Ja babychino's.


Het begon allemaal in de zomer van 2017. Ik had boodschappen gedaan en ging even koffie halen. Terrasje pakken. Ik ben een ramp met boodschappen doen. Ik moet vier dingen halen, kom er terug met twaalf en ben drie van de vier dingen vergeten. Zo gaan die dingen. Dus ik drink liever koffie's op terrasjes en kijk naar de mensen om me heen.

In de rij voor de koffie stond een man voor me. Met zo'n rode broek. Vroeg kalend. En je weet: je hebt een boot. Zonder toeristen, maar met papa's geld. Zo'n boot. Zo'n blouseje met zo'n truitje erover en je noemt je vrienden nog steeds vriendjes al ben je de veertig gepasseerd. Hij had een kind bij zich. Ik gok de zijne, althans dat hoop ik. Ik hoorde hem een babychino bestellen. Ik twijfelde aan m'n eigen hoorvermogen en wachtte buiten op m'n koffie. Ik nam plaats naast de fit mama's in hun activewear, die waarschijnlijk nog nooit een sportschool van binnen hadden gezien, maar hun roze Nikes cool vonden staan met zo'n psychedelische legging erboven en daar dus de hele dag in rond huppelden. Net toen ik m'n zonnebril zocht voor alle kleuren naast me, kwam de man met rode broek en kind naast me zitten. De Babychino werd gebracht. Een mini bekertje, met melkschuim erin. Baby. Chino. Babychino. Ik lachte en nam een slok van m'n lightvanillesuikervrijesojazonderslagroomfrappucino. Ineens vond ik het woord babychino niet meer zo raar. Cheers Kiddo.


Opmerkingen


WITH LOVE,

ROAN SOPHIA

© 2020 All rights reserved by Roan Sophia

bottom of page